|

Pamphilia, het marsvrouwtje

Wie zijn hele leven al naar insecten kijkt, ziet er oneindig veel minder dan toen hij een kind was. Maar deze wespensoort vertoonde zich ook vroeger vrijwel niet. De Pamphilius betulae schijnt van nature de openbaarheid zoveel mogelijk te mijden.
Dit exemplaar, een vrouwtje, Pamphilia, nam gedurende een paar tellen plaats op het blad van een Japanse duizendknoop langs de IJssel. Het heeft geen Nederlandse soortnaam, wel een familienaam: het behoort tot de spinselbladwespen, waarvan de rupsachtige larven spinsels weven die bladeren doen omkrullen, zodat er een nestje ontstaat. De Pamphilius betulae-larven doen dat bij voorkeur bij de populier (‘betula’ betekent ‘berk’, maar dat klopt dus blijkbaar niet).
Tekende je als kind een marsmannetje zag het er ongeveer zo uit, al zou je dan marsvrouwtje moeten zeggen. Roodoranje kop met twee antennes erop, zwarte, geaccentueerde ogen. Op de foto kijkt het door een zwart gat naar een schijnbaar oneindige diepte, de ruimtetijd in.
We hoeven als mensheid helemaal niet naar de maan, naar Mars of verder, we moeten gewoon oneindig veel beter voor de insecten zorgen. Alles wat we nodig hebben en alles wat uit onze fantasie zou kunnen ontspruiten, bevindt zich al op de planeet die we bezig zijn te verwoesten. Zonder insecten is leven op aarde niet mogelijk. Het marsvrouwtje is onze redding.

© 2026 sander j. grootendorst

 


Ontdek meer van natuurvertaler

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Vergelijkbare berichten