Wintervogels tellen

Daags na de voordrachten van wintergedichten uit de wereldliteratuur in filmtheater Luxor (zo’n vijftien voordragers elk een of twee gedichten, een mooie avond) wintervogels geteld voor SOVON in Leesten, Warnsveld en omstreken. Het aantal honden tellen had ook een aardige score opgeleverd.
Geen ongevaarlijke klus, op de smalle buitenwegen rijden veel auto’s eigenlijk te hard. En verder heb je natuurlijk dat vermaledijde vuurwerk dat rustende vogels geregeld opschrikt – het kost ze veel energie. (NB: Een uitholling van de democratie. Vuurwerk afsteken is in de gemeente Zutphen officieel niet toegestaan; democratisch besluit en met reden – alleen al de gigantische luchtvervuiling door fijnstof).
Standaardvogels voerden de boventoon, cultuurvolgers in hart en nieren zoals ekster, kauw en kokmeeuw. Tussen die kokmeeuwen verrassend genoeg een dwergmeeuw, dwarrelde als een sterntje tussen zijn grotere broeders en zusters. Op vrijwel elk van de twintig telposten wel een of meer kool- en pimpelmezen. Slechts één spreeuw. Vijvers waren deels nog bevroren, de watervogels zochten hun heil in slootjes waar stroming in zit. Waaronder in totaal negen krakeenden. Ik hoorde ook nog de kenmerkende roep van een appelvink, als een roodborst maar dan krachtiger. Na enig turen ontwaarde ik hem in een boomtop. Het gaat over het algemeen niet zo goed met de vogels, tal van soorten die ik in mijn jonge jaren zag, zijn geheel of vrijwel verdwenen. De appelvink vormt een uitzondering, die zag ik destijds nooit. Krakeenden trouwens ook niet, dat waren Oost-Europese gasten. Maar daar zijn hun favoriete moerasgebieden op grote schaal ontgonnen, in het waterrijke Nederland vonden ze een alternatief.
,,Weh mir, wo nehm ich, wenn
es Winter ist, die Blumen?”
© 2025 sander j. grootendorst
Ontdek meer van natuurvertaler
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

