| | |

Borneo

Van de onlangs overleden vogelkenner Nico de Haan herinner ik me de uitspraak dat je, als je een vogelgeluid in een park niet meteen kunt thuisbrengen, waarschijnlijk met een koolmees van doen hebt. Een soortgelijke ervaring had natuurvorser Redmond O’Hanlon tijdens een expeditie op Borneo.

De ene koolmees

Van de koolmees in de tuin van toen
is iedereen vergeten hoe hij was gebekt,
op welke tak hij zat, op welk uur.
Ook de stem van zijn vrouwtje is
verloren gegaan, die van hun kinderen,
kleinkinderen en achterkleinkinderen
en de mezengeneraties daarna.
De ene koolmees is de andere niet.

Natuurvorser Redmond O’Hanlon hoorde
dat de zeldzaamste vogel op Borneo
een koolmees was, gelatik batu: vreugde
bij het reisgezelschap toen ze er een zagen.
Funny”, dacht O’Hanlon, “in my garden
zijn koolmezen bijna altijd present.”

Mijn opa was afkomstig uit Indonesiê,
ik zat met hem in zijn Voorburgse tuin,
we observeerden een koolmees in de heg,
het drong tot ons door dat wij van moeders-
en vaderszijde allen koolmezen zijn, de een
zingt met oriëntaalse tongval, de ander
met een Britse of een Achterhoekse.

Mijn oma leefde toen al niet meer, ze zou
tegen de koolmees hebben gezegd:
“adu sè, gelatik batu, ja” – in haar stem
klonk altijd een gevoel van heimwee
naar een lied dat niemand meer kon zingen.

(Gedicht des Achterhoeks, 17-18 februari 2025)
© sander j. grootendorst / Achterhoek Nieuws


Ontdek meer van natuurvertaler

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Vergelijkbare berichten